Verdiepingsreeks - Vakoverstijgend - PO groep 2

Kunstkracht 10

Woorden, luisteren en bewustzijn

Taalbewustzijn:

  1. Groter, kleiner, langer, korter… hè? (theater). De leerlingen leren de ware grootte van een dier ten opzichte van een ander dier te schatten. Ze kunnen aan de hand van de vorm zien welk woord groter of kleiner is en leren het verschil tussen vorm en betekenis.
  2. Beeldend zingen (muziek). De leerlingen vergroten hun taalbewustzijn.
  3. Dansend onderscheiden (dans). De leerlingen kunnen met behulp van beweging woorden onderscheiden van een zin en woorden in klankgroepen verdelen.
  4. Rijmtekening (beeldende kunst). De leerlingen herkennen rijm in een gedicht en leren spelen met bepaalde klankpatronen in woorden (eindrijm).


Begrijpend luisteren:

  1. Getekend verhaal (beeldende kunst). De leerlingen kunnen hun aandacht richten en gedurende een langere tijd vasthouden. Ze begrijpen een voorgelezen verhaal en kunnen voorspellingen doen en deze al luisterend bijstellen.
  2. Vraagverhaal (literatuur). De leerlingen kunnen hun aandacht richten en gedurende langere tijd vasthouden. Ze hebben een positieve luisterhouding, begrijpen een voorgelezen verhaal en kunnen belangrijke en minder belangrijke informatie onderscheiden. Ze kunnen voorspellingen doen en deze al luisterend bijstellen.
  3. De rommelzolder (literatuur & theater). De leerlingen kunnen hun aandacht richten en gedurende langere tijd vasthouden. Ze hebben een positieve luisterhouding en kunnen belangrijke en minder belangrijke informatie onderscheiden. Ze begrijpen een voorgelezen verhaal en kunnen voorspellingen doen en deze al luisterend bijstellen.
  4. Begrijpend zingen (muziek). De leerlingen luisteren en proberen te verwoorden wat ze gehoord en gevoeld hebben.
  5. Emoties in een verhaal (theater). De leerlingen leren over stemmingen en emoties gekoppeld aan gezichtsuitdrukkingen en werken aan begrijpend en gericht luisteren.


Woordenschat: 

  1. De zingende woordenschat (muziek). De leerlingen spelen zingend met hun woordenschat en vergroten deze.
  2. Betekenisbal (literatuur). De leerlingen koppelen betekenissen van verschillende woorden en worden bewust van de vrijheid in het zelf leggen van verbindingen.
  3. Objectassociatie (literatuur). De leerlingen verankeren de betekenis van een voorwerp en worden bewust van de vrijheid in het zelf leggen van verbindingen.
  4. Bijvoeglijk uitbeelden in de kring (theater). De leerlingen leren de betekenis van bijvoeglijke naamwoorden beter begrijpen.
  5. Druppelen, stromen en klateren (theater & dans). De leerlingen vergroten hun woordenschat, en ontwikkelen een beter begrip van woorden die met water te maken hebben.
  6. Mijn eigen context (beeldende kunst). De leerlingen proberen met woorden en/of vragen een of meerdere (mogelijke) contexten aan een voorwerp/afbeelding te geven. Ze verbeelden de zelfbedachte context van het object op papier.
  7. Visual Thinking Strategies (beeldende kunst). De leerlingen leren kijken naar kunst, kunnen betekenis geven aan een kunstwerk en kunnen hun gedachtes toelichten.
  8. Wat is het? (beeldende kunst). De leerlingen vergroten hun woordenschat.

Log in om lesmateriaal te downloaden.

Over deze lessenreeks
Discipline Vakoverstijgend
Thema Woordenschat, begrijpend luisteren en taalbewustzijn
Doelgroep PO
Niveau Verdiepingsreeks
Aantal lessen 5

Benodigdheden

De benodigdheden worden toegelicht per werkvorm. Open hiervoor de lesplannen.

Overige informatie

Bij het lesmateriaal vind je ook het bestand Werkvormkaarten Kunstkracht 10 vakoverstijgend groep 1+2. In dit bestand vind je alle werkvormen in taal en rekenen die voor groep 1+2 beschikbaar zijn. Deze kaarten zijn ook gedrukt beschikbaar op de Westlandse scholen. Als je op de eerste pagina van de werkvorm klikt, kom je automatisch in het bestand waarin de werkvorm volledig uitgewerkt is en waar je ook de benodigde linkjes naar filmpjes, muziek en websites vindt. Neem voor meer informatie contact op via info@westlandcultuurweb.nl

Mijn Cultuurweb

Log hier in voor uw eigen educatieoverzicht of meld u aan.